Het klinkt voor de hand liggend, maar onvoorwaardelijke acceptatie is precies dat: onvoorwaardelijk. Durf ik dat werkelijk, mezelf onvoorwaardelijk te accepteren?
Onvoorwaardelijk van alles in mezelf te houden, alsof het mijn kinderen zijn? Wat mijn denken er ook van vindt? Net zoveel van mijn twijfels als van mijn zekerheden, net zoveel van mijn boosheid als van mijn liefde? Net zoveel van de dagen dat ik wijs lijk als van de dagen dat ik mezelf dom vind, van het moment waarop ik straal als van het moment waarop ik me verlies?
Wat als ik die relatie niet zozeer met de mensen om me heen, maar met mezelf durf te hebben?
Het maakt niet uit welke vorm het heeft. Van mens tot mens, van leraar tot leerling, van vriend tot vriend, van partner tot partner. Ons hoofd, ons denken, wil benoemen, wil alles in een hokje laten passen. En vervolgens worden we boos als de ander ons niet in dat zelfbedachte hokje plaatst, of als we er zelf niet meer in blijken te passen.
We hebben geleerd hoe we ons ‘horen’ te gedragen. Als we lief waren kregen we de aandacht die we zochten, als we stout waren op onze kop. Het verwarrende is dat ‘lief’ voor iedereen iets anders betekent. De leraar op school had er een ander idee over dan mijn ouders, en mijn eerste vriendje of vriendinnetje beleefde het weer heel anders. Zo leerden we al jong om onszelf te meten langs maatlatten die we niet zelf hebben gekozen — en die bovendien voortdurend verschuiven. Het is dus helemaal niet vreemd dat het moeilijk is om onszelf onvoorwaardelijk te accepteren. We hebben het nooit geleerd, nooit gezien om ons heen.
Onvoorwaardelijk hart
En toch is ons hart niet bezig met onderscheid maken, met kiezen tussen het een of het ander. Ons hart heeft onvoorwaardelijk lief, werkelijk onvoorwaardelijk. Het houdt net zoveel van wat nog ‘niet klaar’ lijkt als van wat ‘af’ is. Het houdt zelfs van het deel van mij dat nog niet helemaal van zichzelf kan houden. De uitdaging is om daar opnieuw op te leren vertrouwen, stap voor stap te ervaren hoe ongelooflijk krachtig jij en ik werkelijk zijn.

Onvoorwaardelijke acceptatie is geen eindstreep. Er bestaat geen moment waarop je ‘klaar’ bent, waarop alles eindelijk geaccepteerd is. Zelfs het idee dát ik er pas ben als ik alles heb geaccepteerd, is opnieuw een voorwaarde, een nieuwe finishlijn. Acceptatie is geen prestatie, maar een beweging. Het is leunen in je bekken en het niet-heel voelen ontmoeten, zonder dat je er ook maar het minste aan hoeft te veranderen. Het is aanwezig blijven bij wat stroomt, zelfs als wat stroomt soms pijn doet.
In compassie: de zachtheid om niet perfect te hoeven zijn, om fouten te mogen maken, om te mogen verdwalen.
In eerlijkheid: de moed om te zien wat ik liever niet zie, om toe te geven wat ik niet weet, om te voelen waar het pijn doet.
En vooral in zelfliefde: oprecht van alles houden wat ik ben — ook van wat nog niet ‘volmaakt’ lijkt, ook van het deel van mezelf dat nog niet helemaal van zichzelf houdt. In die zelfliefde valt alles samen. Compassie en eerlijkheid zijn uitdrukkingen ervan.
Durf ik werkelijk onvoorwaardelijk met mezelf te zijn, mezelf onvoorwaardelijk te accepteren? Inclusief alles in me dat mezelf niet onvoorwaardelijk kan accepteren. Hoe wonderlijk dat ook klinkt.
En durf ik dat niet één keer, maar steeds opnieuw — in elke nieuwe laag die het leven me laat zien?
Lees ook eens ‘Stop met jezelf te fixen‘.
Wat als je het even niet hoeft te dragen?
Ontvang deze gratis audio-meditatie.
Sluit je ogen en laat je dragen door mijn stem en intuïtieve pianoklanken.
Wekelijks stuur ik je mijn inspiratie nieuwsbrief.
Geen spam. Uitschrijven kan altijd.
Welkom
De meditatie staat over enkele minuten in je mailbox.
Wat als de uitnodiging is om alles wat in je leeft echt te voelen? Het te ontmoeten? Er niet langer van weg te rennen? Je rijkdom te herkennen in dat wat zo arm leek, in dat wat je tot nu toe wegstopte.


