Patrick stond onverwacht voor de deur. Een uur eerder wist hij nog niet dat hij zou komen, en ik wist nog niet dat hij het zou doen. Hij reed op de A2, zag Eindhoven vastlopen, en dacht: Joris woont daar. Dus stuurde hij een berichtje.
We spraken elkaar eerder in 2016. Nu 8 jaar later opnieuw, zonder script, zonder voorbereiding, zonder agenda. Gewoon bij mij thuis, koffie, camera aan. Patrick vertelde meteen dat hij zich spiritueel vermoeid voelt. Een mooie opening voor ons gesprek.
Over Patrick Kicken
Patrick is ex-radio-dj (3FM, Radio Veronica) en podcastmaker. Samen met Paul Smit maakt hij de langstlopende podcast van Nederland, Praten over bewustzijn, over non-dualiteit. Daarnaast maakt hij Leven zonder stress, met inmiddels honderden afleveringen, waarin hij gesprekken voert met bekende en minder bekende schrijvers, coaches en inspirators. Hij interviewde onder andere Eckhart Tolle, Mooji en Michael Pilarczyk.
Dit is onze derde keer. Elk gesprek is anders, omdat wij anders zijn geworden.
Spirituele vermoeidheid
Ik ben er zelf ook geweest. Ik maakte muziek, had alles bereikt waar ik als jongen van 15 van droomde, en was doodongelukkig. Ik rende naar morgen. Morgen schrijf ik een mooier liedje. Morgen wordt het leven echt leuk. Toen ik daarachter kwam kon ik geen muziek meer maken, en ben ik in de spiritualiteit gestapt.
Tien jaar later ontdekte ik dat ik exact hetzelfde deed. De gouden plaat was alleen een gouden verlichting geworden. Morgen is mijn meditatie stiller. Morgen ben ik echt verlicht. Altijd weg van hier, altijd een nieuw morgen. Ik stortte in.
Dat is waar mijn boek Donker, de ongeziene helft van heel zijn uit is ontstaan. Niet omdat ik promotor ben van donker, maar omdat het ondergesneeuwd is. Als iedereen over donker zou schrijven, was ik promotor van licht.
Wij zijn een wonderlijke soort
Op de achterflap van mijn boek Heel staat: wij zijn een wonderlijke soort, de enige wezens op aarde die zichzelf pas compleet noemen als de helft van onszelf niet meer bestaat. Stel dat de aarde zou zeggen: ik ben pas compleet als het overal dag is. Stel dat een boom zou zeggen: er is iets mis als het winter is en ik mijn bladeren kwijt ben. Alleen wij mensen doen dat.
En wat ik bij mezelf ontdekte: dat had niet zozeer met donker te maken, maar met het geloof dat ik te zwak was om met ongemak om te gaan. Ik had gewoon niet de ballen om de dingen te ontmoeten die moeilijk waren.
De echte momenten
Patrick vroeg wat ik zou doen als er nu politie voor de deur stond met het bericht dat een van mijn kinderen vermist is. Wat dan? Hoe reageer je?
Vorig jaar is een dierbare vriend gestorven. Er is niets aan te fixen. Ik kan bedenken wat ik wil, hij komt niet terug. Veel mensen wensten me sterkte. Ik dacht: ik heb geen sterkte nodig, ik wil dit verdriet voelen. Daar zit mijn liefde voor hem. Waarom zou ik dat met kracht wegpoetsen?
Dat is waar ik het nu over heb. Als ik naar mijn hoofd vlucht, vlucht ik weg uit mijn lijf, weg uit dit moment. Als je het hebt over leven in het nu — dan is mijn lijf erbij. Als ik naar mijn hoofd spring en zeg er is toch geen ik die hoeft te huilen, dan ben ik helemaal weg uit het nu.
Dat ziet er misschien niet mooi spiritueel uit. Maar dat is het leven zelf dat zich niet laat wegredeneren.
Waarom ik mensen niet help
Patrick noemde me terecht een coach, maar ik geloof eigenlijk niet zozeer in helpen. In helpen zit het idee dat ik het beter zou weten dan de ander. Ongelijkwaardig. Dat klopt als iemand komt voor pianolessen — dan heb ik kennis die ik kan delen. Maar als het gaat over mens zijn en coaching: hoe zou ik jou leren hoe jij moet zijn?
Ik geloof wel in inspireren. Mezelf zover laten zien als ik durf, en dat misschien iemand anders iets bij zichzelf herkent. Dat is geen helpen. Dat is iets bij elkaar wakker maken.
Wat me teleurstelt in veel spirituele leraren is dat ze het verhaal hebben van bij mij gaat het allemaal perfect. Daarmee ontkracht je mensen enorm. Als ik geïnspireerd ben door zo iemand, geloof ik mezelf de hele tijd niet goed genoeg — ik ben nooit zo stil als die persoon, nooit zo onthecht. Intussen weet ik van dichtbij dat het gewoon niet waar is. Het is een verkoopverhaal.
Omarmen is niet wuiven
Als alles de bedoeling is, hoef je dan niks meer te ontmoeten? Dat kan zo klinken. Maar het is het tegenovergestelde.
Als mijn zoon tegenover me staat en me uitscheldt, kan ik zeggen dat ook dit de bedoeling is. Dat betekent niet dat ik in een zen-houding namaste mompel. Het betekent dat ik erbij blijf. Misschien word ik boos. Misschien krijgen we ruzie. We vloeken samen en later huilen we samen. En daar — in die ontmoeting, waar zelfs ruimte is om te schelden — daar groeit de band.
Dat is wat ik ook met mijn partner Klara doe. We leven in een polyamoreuze relatie. Dat is niet dat ik constant andere partners zoek, daar heb ik geen behoefte aan. Maar als het gebeurt dat ik iemand ontmoet die ik leuk vind, kan ik daarbij blijven, en ik vertel het thuis. Dat is soms heel lastig. Maar doordat we dat wél met elkaar kunnen, is onze band zo hecht dat het voor anderen eigenlijk heel lastig is om daar tegenop te komen.
Spiritualiteit wordt in mijn leven nooit gebruikt om dingen níet aan te gaan. Niet wegmediteren, maar ontmoeten.
Een fragment
Ik ervaar mijn leven als een enorme rijkdom. Niet omdat alles goed gaat. Maar omdat ik alles wat op mijn pad komt ervaar als rijkdom. Ook de dingen die oneindig lastig zijn — dat maakt mijn leven juist rijk.
Als ik terugkijk op de uitdagingen met mijn vriendin, met mijn kinderen, met het leven — dan denk ik: dat maakt mijn leven zo rijk. Oh wauw. Samen of alleen kunnen we daarmee, we kunnen daardoorheen, we kunnen het ontmoeten en huilen en leven.
Dit gesprek raakt aan wat ik schreef in Donker. Eerdere gesprekken met Patrick Kicken: Mijn hart heeft geen haast en Life is the miracle.


